Het kabinet heeft een aangescherpte versie van het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) ingediend bij de Tweede Kamer. Voor het eerst in tientallen jaren komt er een wettelijk toetsingskader om duidelijk te maken wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit brengt meer duidelijkheid en verantwoordelijkheden met zich mee voor zzp’ers, opdrachtgevers en bemiddelaars.
De belangrijkste vernieuwingen zijn:
Kern van het wetsvoorstel
- Verduidelijking ‘werken in dienst van’ (gezag)
Artikel 7:610 BW wordt uitgebreid met aanvullende criteria om ‘werken in dienst van’ (gezagsrelatie) te verduidelijken.
Van arbeid verrichten in dienst van een werkgevende is sprake, indien:
De wet wordt gestructureerd en ingevuld door twee hoofdelementen met per hoofdelementen 5 indicaties om binnen een arbeidsrelatie te bepalen of sprake is van werken in dienst van of dat het werk als zelfstandige kan worden verricht.
2. Invoeren rechtsvermoeden bij lage tarieven
Artikel 7:610aa BW stelt dat er een vermoeden van een arbeidsovereenkomst is wanneer iemand werkt tegen een vergoeding van maximaal €36 per uur (excl. btw).
Belangrijk om te weten:
Er is brede steun in de Kamer voor deze regeling. Meerdere partijen pleiten voor versnelde invoering van dit onderdeel, los van de rest van VBAR.
Hoe beoordeel je een arbeidsrelatie volgens VBAR?
Hoofdelement: Werknemerschap (W)
Indicaties die wijzen op werken als werknemer (werkinhoudelijke en organisatorische sturing door werkgevende).
Doel: inzicht in hoeveel controle en invloed de opdrachtgever heeft.
Hoofdelement: Zelfstandig ondernemerschap (Z)
Indicaties die wijzen op werken als zelfstandige (werken voor eigen rekening en risico).
Doel: aantonen van zelfstandig ondernemerschap.
Zo werkt het VBAR-toetsingskader in de praktijk
Schematische weergave beoordeling werken in dienst van (gezag).
Met het onderstaande stappenplan kun je de aanwezigheid van een arbeidsrelatie bepalen.
Belangrijk om te weten:
Er is brede steun in de Kamer voor deze regeling. Meerdere partijen pleiten voor versnelde invoering van dit onderdeel, los van de rest van VBAR.
Let op:
Politieke context en wat je nu al kunt doen
Voorlopig blijft de Wet DBA leidend en handhaaft de Belastingdienst actief. Demissionair minister Van Hijum streeft ernaar de wet al per 1 januari 2026 in werking te laten treden. Echter, dat tijdpad staat onder druk. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft namelijk forse kritiek geuit op het wetsvoorstel, waarvan de voorgestelde aanpassingen slechts ten dele zijn overgenomen. Hoewel uitvoeringsinstanties zoals UWV en de Belastingdienst positief zijn, zal de behandeling van het wetsvoorstel waarschijnlijk pas na de verkiezingen van 29 oktober 2025 plaatsvinden. Het is aan de nieuwe Kamer, en mogelijk zelfs de nieuwe coalitie, om de uiteindelijke richting te bepalen.
Tegelijkertijd werkt een aantal partijen (VVD, D66, CDA en SGP) aan een alternatief: de Zelfstandigenwet. Deze wet zou moeten bestaan uit drie toetsen: een zelfstandigentoets, een werkrelatietoets en een sectorspecifieke toets. Het politieke speelveld bepaalt uiteindelijk of VBAR, de Zelfstandigenwet, of wellicht geen van beide, wordt ingevoerd.
Sociale partners zijn terughoudend. Volgens zowel werkgevers- als werknemersorganisaties is er geen nieuwe wet nodig, maar zou betere handhaving van bestaande regels voldoende zijn.
Zo blijf je compliant met Interlancing
In deze complexe en veranderlijke situatie is het voor zzp’ers, opdrachtgevers en intermediairs essentieel om voorbereid te zijn. Bij twijfel over de aard van een opdracht is vroegtijdig handelen cruciaal.
Interlancing biedt een directe, juridisch verantwoorde oplossing: een Wet DBA-compliant detacheringsmodel dat juridische en fiscale zekerheid biedt. Hiermee voorkom je discussies over schijnzelfstandigheid en voldoe je aan zowel huidige als toekomstige regelgeving.
Met Interlancing:
Voor meer informatie, bezoek Interlancing voor opdrachtgevers.








