Het kabinet heeft een aangescherpte versie van het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) ingediend bij de Tweede Kamer. Voor het eerst in tientallen jaren komt er een wettelijk toetsingskader om duidelijk te maken wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit brengt meer duidelijkheid en verantwoordelijkheden met zich mee voor zzp’ers, opdrachtgevers en bemiddelaars.

De belangrijkste vernieuwingen zijn: 

  • een toetsingskader om ‘werken in dienst van’ te verduidelijken (artikel 7:610 BW);

  • en de invoering van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage tarieven (artikel 7:610aa BW).

Kern van het wetsvoorstel

  1. Verduidelijking ‘werken in dienst van’ (gezag)

Artikel 7:610 BW wordt uitgebreid met aanvullende criteria om ‘werken in dienst van’ (gezagsrelatie) te verduidelijken.

Van arbeid verrichten in dienst van een werkgevende is sprake, indien:

  • de arbeid wordt verricht onder werkinhoudelijke of organisatorische sturing door de werkgevende, en;
  • de werknemende de arbeid niet of in mindere mate voor eigen rekening en risico verricht, in relatie tot die sturing.

De wet wordt gestructureerd en ingevuld door twee hoofdelementen met per hoofdelementen 5 indicaties om binnen een arbeidsrelatie te bepalen of sprake is van werken in dienst van of dat het werk als zelfstandige kan worden verricht.

De 2 hoofdelementen

hoofdelement W

W van Werknemerschap

Werkinhoudelijke en organisatorische sturing (criteria voor werknemerschap)

hoofdelement Z

Z van Zelfstandige

Werken voor eigen rekening en risico (criteria voor zelfstandig ondernemerschap)

2. Invoeren rechtsvermoeden bij lage tarieven

Artikel 7:610aa BW stelt dat er een vermoeden van een arbeidsovereenkomst is wanneer iemand werkt tegen een vergoeding van maximaal €36 per uur (excl. btw).

Belangrijk om te weten:

  • Dit rechtsvermoeden geldt niet bij opdrachten van particuliere opdrachtgevers
  • Het uurtarief waaronder het rechtsvermoeden geldt wordt jaarlijk aangepast aan de stijging van het minimumloon. Voor administratieve eenvoud wordt het bedrag afgerond op gehele euro’s. Voor 2025 wordt het bedrag € 35,43 (peildatum 1 januari 2025) afgerond op € 36,- per uur.

  • De bewijslast ligt bij de opdrachtgever om aan te tonen dat er toch sprake is van zelfstandigheid.

Er is brede steun in de Kamer voor deze regeling. Meerdere partijen pleiten voor versnelde invoering van dit onderdeel, los van de rest van VBAR.

Hoe beoordeel je een arbeidsrelatie volgens VBAR?

Hoofdelement: Werknemerschap (W)

Indicaties die wijzen op werken als werknemer (werkinhoudelijke en organisatorische sturing door werkgevende).

Doel: inzicht in hoeveel controle en invloed de opdrachtgever heeft.

hoofdelement W

5 indicaties die wijzen op werken als werknemer (W)

  • 1
    De werkgevende is bevoegd om aanwijzingen en instructies te geven over de wijze waarop de werkende de werkzaamheden moet uitvoeren en de werkende moet deze ook opvolgen.
  • 2
    De werkgevende heeft de mogelijkheid om de werkzaamheden van de werkende te controleren en is bevoegd om op basis daarvan in te grijpen.
  • 3
    De werkzaamheden worden verricht binnen het organisatorisch kader van de organisatie van de werkgevende.
  • 4
    De werkzaamheden hebben een structureel karakter binnen de organisatie.
  • 5
    Werkzaamheden worden zij-aan-zij verricht met werknemers die soortgelijke werkzaamheden verrichten.

Hoofdelement: Zelfstandig ondernemerschap (Z)

Indicaties die wijzen op werken als zelfstandige (werken voor eigen rekening en risico).

Doel: aantonen van zelfstandig ondernemerschap.

hoofdelement Z

5 indicaties die wijzen op werken als zelfstandige (Z)

  • 1
    De financiële risico’s en resultaten van de werkzaamheden liggen bij de werkende.
  • 2
    De werkende zorgt voor een herkenbare en zelfstandige uitvoering van de werkzaamheden.
  • 3
    De werkende is in het bezit van een specifieke opleiding, werkervaring, kennis of vaardigheden, die in de organisatie van de werkgevende niet structureel aanwezig is.
  • 4
    Er is sprake van een korte duur van de opdracht en/of een beperkt aantal uren per week.
  • 5
    Kenmerken die wijzen op ondernemerschap van de werkende (buiten de arbeidsrelatie gelegen) voor soortgelijke werkzaamheden (extern ondernemerschap)

Zo werkt het VBAR-toetsingskader in de praktijk

Schematische weergave beoordeling werken in dienst van (gezag).

Met het onderstaande stappenplan kun je de aanwezigheid van een arbeidsrelatie bepalen.

Belangrijk om te weten:

  • Dit rechtsvermoeden geldt niet bij opdrachten van particuliere opdrachtgevers
  • Het uurtarief waaronder het rechtsvermoeden geldt wordt jaarlijk aangepast aan de stijging van het minimumloon. Voor administratieve eenvoud wordt het bedrag afgerond op gehele euro’s. Voor 2025 wordt het bedrag € 35,43 (peildatum 1 januari 2025) afgerond op € 36,- per uur.

  • De bewijslast ligt bij de opdrachtgever om aan te tonen dat er toch sprake is van zelfstandigheid.

Er is brede steun in de Kamer voor deze regeling. Meerdere partijen pleiten voor versnelde invoering van dit onderdeel, los van de rest van VBAR.

toetsingskader vbar

Klik op de afbeelding voor een grotere, afdrukbare versie in PDF.

Let op:

  • De toets is géén checklist; de feiten wegen zwaarder dan contracten.
  • Het totaalbeeld telt, ook bij onvolledige informatie.

Politieke context en wat je nu al kunt doen

Voorlopig blijft de Wet DBA leidend en handhaaft de Belastingdienst actief. Demissionair minister Van Hijum streeft ernaar de wet al per 1 januari 2026 in werking te laten treden. Echter, dat tijdpad staat onder druk. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft namelijk forse kritiek geuit op het wetsvoorstel, waarvan de voorgestelde aanpassingen slechts ten dele zijn overgenomen. Hoewel uitvoeringsinstanties zoals UWV en de Belastingdienst positief zijn, zal de behandeling van het wetsvoorstel waarschijnlijk pas na de verkiezingen van 29 oktober 2025 plaatsvinden. Het is aan de nieuwe Kamer, en mogelijk zelfs de nieuwe coalitie, om de uiteindelijke richting te bepalen.

Tegelijkertijd werkt een aantal partijen (VVD, D66, CDA en SGP) aan een alternatief: de Zelfstandigenwet. Deze wet zou moeten bestaan uit drie toetsen: een zelfstandigentoets, een werkrelatietoets en een sectorspecifieke toets. Het politieke speelveld bepaalt uiteindelijk of VBAR, de Zelfstandigenwet, of wellicht geen van beide, wordt ingevoerd.

Sociale partners zijn terughoudend. Volgens zowel werkgevers- als werknemersorganisaties is er geen nieuwe wet nodig, maar zou betere handhaving van bestaande regels voldoende zijn.

Zo blijf je compliant met Interlancing

In deze complexe en veranderlijke situatie is het voor zzp’ers, opdrachtgevers en intermediairs essentieel om voorbereid te zijn. Bij twijfel over de aard van een opdracht is vroegtijdig handelen cruciaal.

Interlancing biedt een directe, juridisch verantwoorde oplossing: een Wet DBA-compliant detacheringsmodel dat juridische en fiscale zekerheid biedt. Hiermee voorkom je discussies over schijnzelfstandigheid en voldoe je aan zowel huidige als toekomstige regelgeving.

Met Interlancing:

  • Bescherm je jezelf tegen juridische en fiscale risico’s;
  • Ben je voorbereid op VBAR of andere nieuwe wetgeving;
  • Behoud je flexibiliteit in samenwerking met zelfstandigen.

Voor meer informatie, bezoek Interlancing voor opdrachtgevers.

Heb je vragen of wil je meer weten over Interlancing?

Bel ons op 088 020 4400

Relevante artikelen

  • minimumloon 2026

    Minimumloon omhoog per 1 januari 2026

  • minimumloon 2025

    Minimumloon 2025

  • cao wetgeving pensioenregeling

    Nieuwe cao, wetgeving en pensioenregeling dwingen flexbranche tot herpositionering

  • Oplossingen schijnzelfstandigheid

    Oplossingen voor schijnzelfstandigheid: welke alternatieven zijn er?